Steun ons en help Nederland vooruit

zondag 9 augustus 2009

Essent verkopen? Een heilloos plan volgens Jos Feller

Het lijkt alsof vele politici weinig geleerd hebben uit de financiële catastrofe die het ongebreidelde neoliberale kapitalisme heeft veroorzaakt. Immers, iedereen heeft kunnen beleven hoe het wildgeworden winstbejag besturen van ondernemingen ertoe heeft gebracht het oorspronkelijke doel van het bedrijf te verlaten en  de onderneming voornamelijk geldmachine voor bestuurders en aandeelhouders te laten worden. Men herinnert zich de bijna-ondergang van Ahold enkele jaren geleden, toen de nadruk bij bestuur, commissarissen en aandeelhouders minder lag op het aanbieden van levensmiddelen e.d. voor een redelijke prijs, maar veel meer op winstmaximalisatie. Iets dergelijks is nu ook het geval bij de “bankencrisis” , waar, door de jacht op premies en bonussen op vele niveaus van de bancaire sector, de teugels van redelijkheid en zorgvuldigheid werden losgelaten en duur geld als sneeuw voor de zon in een half jaar verdween. Op dezelfde wijze is de gemakzucht van het falende toezicht bitter aan het licht getreden. Totnogtoe heeft een en ander, op een enkele uitzondering na, in Nederland nauwelijks gevolgen gehad: vele van de mede-verantwoordelijken zitten nog steeds op hun dure posten die nu veelal met belastinggeld van de burgers worden betaald.

<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /> 

Waarom deze inleiding over het ongebreidelde neoliberalisme?

Ik denk dat de ontwikkeling die Essent, NUON e.d. de laatste jaren hebben doorgemaakt en die nu dreigt te culmineren in een verkoopplan als een typisch voorbeeld van dat sluipende grenzenloze neoliberalisme moet worden beschouwd. Waarom zouden anders deze (semi-publieke) nutsbedrijven, leveranciers van gas en electra, verkocht moeten worden?

Vanuit de Europese regelgeving is er geen enkele verplichting, ook niet als deze bedrijven de (-intussen misschien niet meer verplichte-) scheiding van netwerk en energieleverancier hebben voltooid.

Totnogtoe zijn deze energiebedrijven publiek bezit, en na de genoemde afsplitsing zal het netwerk (“kabels en buizen”) in handen van de overheid blijven. Waarom dan het energie-opwekkings- en het leveranciersdeel verkopen? Waarom niet, zoals bij de watervoorziening is gebeurd, als basisvoorziening in overheidshanden blijven?

We kennen het voornaamste argument van de voorstanders van fusie/verkoop, nl. de zogeroemde voordelen van schaalvergroting bij inkoop van gas en electriciteit enz.. Dat is hetzelfde argument dat indertijd gegeven werd bij de schaalvergroting binnen onderwijs en zorgverlening, maar intussen hebben we gezien waartoe zoiets zal leiden: tot afbraak van voorzieningen, verdwijnen van de menselijke maat, tragische bureaucratie en een steeds grotere groep te duur betaalde aktentas-sjouwende managers.

Het is trouwens van den zotte dat wij een Nederlands semipubliek bedrijf als Essent of NUON menen te moeten verkopen aan buitenlandse energiereuzen als RWE en Vattenfall die aldaar ook in overheidshanden zijn. Waarom zouden die Essent en NUON willen kopen? Toch enkel alleen maar om nog meer afnemers en energiecentrales in handen te krijgen ter meerdere eer en glorie van hun eigen (Duitse en Zweedse) staatsaandeelhouders die zich nu al in de handen wrijven bij het vooruitzicht op de stromen Nederlands geld die in hun richting gaan vloeien.

En dat die schaalvergroting niet per se noodzakelijk is, blijkt ook wel uit het feit dat het veel kleinere Zeeuwse Delta er niet over peinst om in de verkoop te gaan.

Waarom willen bestuur en aandeelhouders dan wel verkopen?

Het ligt voor de hand dat bij hen tenslotte toch het financiële korte gewin de doorslag geeft. Zoals in Wagners Rheingold lokt de schat, in dit geval 9,3 miljard Euro. Men raakt daardoor verblind, de hebzucht slaat toe, en zo zijn we weer teruggekeerd naar het ongebreidelde neoliberalisme. Hoe wrijven de provincie en de meeste gemeentebesturen zich nu al in de handen, hoe likken zij hun vingers al af bij al dat geld dat naar hen toekomt. Zo hebben wij in een aantal gevallen wij al kunnen lezen wat zij allemaal met dat geld wel willen doen.

Het is de tragiek van het korte gewin, de euforische verblinding van de goede bedoelingen, en dat alles met de verkoop van een publiek goed dat zich totnogtoe met geld van de burgers ook tot een overdreven winstopbrengstbedrijf heeft ontwikkeld. We kunnen ons immers afvragen of het “indertijd” de bedoeling is geweest dat Essent als publiek bedrijf zoveel winst per jaar meent te moeten behalen dat er tientallen miljoenen telkens weer als dividend naar provincie en gemeenten vloeien. Was het oorspronkelijk niet de bedoeling om ons als burgers tegen een redelijke prijs van energie te voorzien, daarnaast geld te reserveren voor noodzakelijke investeringen en een bescheiden winst als dividend uit te keren?

Het lijkt erop dat provincie en gemeenten Essent steeds meer zijn gaan zien als ook een dividendmachine.

Nog is de race niet gelopen, gelukkig kan dit heilloze verkoopplan nog worden gestopt.

En er is hoop!

Zo heeft de gemeenteraad van Brunssum op 27 januari 2009 een motie aangenomen om de Essent-aandelen in principe niet te verkopen (alleen CDA stemde tegen), en roept de overige gemeenten op om de geplande verkoop af te wijzen. En daar blijft het niet bij. Het NRC meldt in zijn editie van 26 maart dat het College van B&W van Zwolle tegen de verkoop van de Essent-aandelen is.

Een belangrijk punt daarbij is nog het volgende: volgens deskundigen heeft RWE die 9,2 miljard Euro niet zomaar vrij op de plank liggen. Dat betekent dat RWE daarvoor een (flink) deel zal moeten lenen. De vrees is niet ongegrond dat de kosten daarvan tenslotte op de burgers/verbruikers zullen worden verhaald. De energie zal daardoor zeker niet goedkoper worden.

Provincie en gemeenten zouden er beter aan doen Essent, ook na afsplitsing van het netwerk, als semipubliek energiebedrijf in handen te houden. Men is er dan zeker van dat de energielevering gewaarborgd is, dat er jaarlijks redelijke dividendgelden naar die overheden blijven vloeien, dat er op afstand toezicht wordt gehouden. Dan bezwijkt men niet voor de verlokkingen van een slechts tijdelijke berg geld.

Jos Feller

D66Venlo